Jaap Stronks

Wat gebeurt er wanneer je je oma’s (in dit geval 78 en 80 jaar oud) je iPad in handen geeft? Ik nam de proef op de som, met bijgaande video als resultaat, starring Oma Stronks en Oma Van Hilten. Geschoten met de iPhone 4. Geheel terzijde (er komt nog een blogpost aan): binnenkort wordt Johnny Wonder, Bureau voor Publieke Interactie gelanceerd, schrijf je vast in voor de nieuwsbrief op JohnnyWonder.nl.

Wilde ik toch even uitproberen: FaceTime, videobellen op de iPhone 4. Alexander Klöpping is de tech-expert bij uitstek om te bellen – trouwens ook omdat ik van hem tenminste wist dat-ie de nieuwste iPhone zou hebben. Toine Donk is er ook bij. Omdat ik na m’n lange vakantie nog wel een blogpostje met video wilde bakken, hierbij een (in stukjes gemonteerd) videootje van het gesprek. Alexanders eigen eerste FaceTime-video komt ook nog even langs, die staat trouwens hier.

Zo hee, dat is een lange tijd zonder updates op deze site! Sinds 11 maart helemaal niks. Dat komt doordat ik daarna fulltime ben ingeschakeld door de PvdA om de online-communicatie te coördineren in de verkiezingscampagne. Daaronder vielen sociale media, videoproducties, websites en -applicaties, liveregistraties, nieuwsbrieven, werving plus dagelijkse aansturing van online campaigners en nog een hoop meer. Later een uitgebreide blogpost daarover. Ik wilde onder de radar werken (al bleef Geenstijl me maar noemen, haha), dus kwamen er geen blogposts, ook Twitter ging op stil.

Na maanden keihard werken, en een uitslagenavond (die niet helemaal positief uitpakte) ging ik linea recta door naar Schiphol voor vier weken Amerika (zie de Flickr-foto’s). Niet veel later volgde nog een vakantie naar de Pyrenneeën. En toen was het alweer augustus.

Goed. En wat nu? Welnu, de laatste uren voor Stronks Nieuwe Media hebben geslagen. Ik ga niet in loondienst hoor, maar er komt iets nieuws. Wat precies, dat houd ik nog even geheim. Ik houd wel alvast een grote opruimactie op Stronks Nieuwe Media HQ, en ik vond daarbij een hoop mooie ouwe gadgets. Prima gelegenheid om de videofunctie van m’n spiksplinternieuwe iPhone 4 eens te proberen:

Wil je op de hoogte blijven van m’n nieuwe plannen, schrijf je dan gerust in voor m’n nieuwsbrief. Die is al een jaar niet verschenen, maar die krijgt binnenkort dus ook een update…

Ik zet presentaties normaliter niet online. Dat komt deels doordat ik er nooit tevreden over ben, bestaande presentaties altijd doorontwikkel en denk: binnekort is-ie af, en dat zet ik ‘m op Slideshare. Nu toch maar gedaan, vooral omdat dit werd verzocht door de organisatoren van Social Media School, de vandaag en gisteren georganiseerd in Seats2meet Utrecht.

Ik gaf de presentatie ’social media: tools, tips & trucs’ – het was namelijk de bedoeling om deze lezing vooral praktisch toepasbaar te maken. Een lijstje tools is het echter niet geworden: het is immers zinloos te weten wat instrumenten kunnen, zonder te weten waarom je ze zou inzetten. Ik heb daarom gekozen voor de volgende benadering: gebruik sociale media als verlengstuk van je eigen nieuws. Elke organisatie publiceert nieuws en heeft er baat bij om sociale media te gebruiken om dit onder de aandacht te brengen. De inzet van pakweg Twitter voor deze doeleinden is uitstekend te verantwoorden, en en creëert de nodige speelruimte om erna méér te doen dan het doorplaatsen van nieuws – zoals het eenvoudig converseren met belangstellenden. De rest komt later wel. Zie de onderstaande presentatie:

The New York Times meldt dat het internet de beste vriend van de televisie zou kunnen zijn. Althans, dat melden geïnterviewde tv-bobo’s op grond van goede kijkcijfers voor – met name – registraties van grote evenementen, van The Golden Globes tot de Olympische Spelen. Op Bright reageert Maarten Reijnders: hij stelt dat ook de werkloosheid en de bevolkingsgroei debet kunnen zijn aan de gestegen kijkcijfers.

kapotte tv

Ik denk echter dat het wel degelijk mogelijk is dat die tv-uitzendingen – ook relatief – populairder geworden zijn dankzij internet. Maar dat wil niet zeggen dat tv als platform of als industrie niets van internet te vrezen zou hebben. Zoals ik zeg in mijn reactie op Bright:

Ik kijk ook veel ‘gezamenlijk’: vooral Olympische Spelen, Nederlandse topclups in de Champions League, Pauw & Witteman en DWDD. Maar de populariteit van juist die programma’s is niet gelegitimeerd door het feit dat het op TV is, al wordt het er wel door versterkt; het bestaansrecht ligt daarbúíten – dat heeft universele geldigheid.

Dat geldt echter niet voor het leeuwendeel van de overige televisiecontent (denk: funniest homevideo’s, matige series, generieke spelshows). De betrekkelijke populariteit daarvan wordt veroorzaakt door contentschaarste op het tv-platform, die waarschijnlijk verdwijnt zodra we online-content (alles wat ooit gemaakt is) zowel live als on demand, even eenvoudig op tv als op de pc kunnen bekijken. Dan (we’re getting there, met Boxee, media centers, internet-tv’s etc) vindt de Grote Verrekening plaats – dan vermoed ik dat de kijkcijfers van veel programma’s nog wel eens flink zouden kunnen dalen. Die cijfers zijn nu nog stabiel omdat de meeste mensen nog geen online-content op tv kunnen ontvangen, maar de populariteit van zowel Uitzending Gemist als YouTube is een prima voorbode van wat komen gaat (het is ook logisch: het content-aanbod op je tv verveelvoudigt). Dat is enorm marktverstorend, vergelijkbaar met de invloed van internet op de krantenindustrie.

Echt goede programma’s (van hoogwaardige registratie van belangrijke evenmenten tot maatschappelijk urgente actualiteitenprogramma’s en kwaliteits-tv-series) zullen daar wellicht niet gevoelig voor zijn en komen juist sterker uit de strijd – die hebben universeel bestaansrecht. Maar dat betekent ook dat die programma’s nooit afhankelijk zijn geweest van het platform ‘tv’ (lineaire distributie door een beperkt aantal zenders), en dat betekent andersom dat het platform ‘tv’ (inclusief de industrie daaromheen) wellicht niet veel hoop hoeft te putten uit het succes van deze fenomenen.

De toekomst van tv is inderdaad grotendeels sociaal (hoewel niet uitsluitend). Kijk naar de wijze waarop we (al dan niet audiovisuele) content consumeren op internet: enerzijds abonneren we ons rechtstreeks op favoriete bronnen (podcasting, RSS), anderzijds gebruiken we nieuwe filters voor relevante content: zoekmachines (Google), aggregatiesystemen (Techmeme) en sociale aanbevelingen (Twitter). En combinaties natuurlijk: Techmeme analyseert (sociaal) linkgedrag en heeft een eigen zoekmachines, zodat je kunt zoeken in geaggregeerde sociale aanbevelingen (of zoiets). En Twittertim.es (tip!) aggregeert de links die jouw vrienden op Twitter delen.

Wat zijn de sterkste stijgers voor het ontdekken én beleven van verhalen, in welke vorm dan ook? Die zijn inderdaad sociaal. Is Twitter al belangrijk voor de verspreiding van content, Facebook zou al wel eens de grootste nieuwslezer kunnen zijn; ook stuurt het meer traffic naar (bepaalde) websites dan Google. Bovendien is het onderliggend algoritme van Google ook slechts gebaseerd op een aggregatie van sociale gedragingen: links.

oude tv

De toekomst van tv dus grotendeels sociaal – maar niet alleen als het gaat om de beleving van content. – soms (of: vaak?) wil je niet worden afgeleid en is evenmin wenselijk dat derden weten wat jij kijkt. Maar ook dat is mogelijk met Google ook (alleen Google zelf kijkt met je mee…). De grootste verandering zal zijn, net als op het internet: de toegangsdrempel wordt verlaagd tot nul, dat leidt tot een contentexplosie, en dat leidt tot nieuwe filters.

En wat betekent dat voor de televisie-industrie? Om te beginnen: krimp en specialisatie. De aandacht van kijkers is niet oneindig, het aantal nieuwe spelers en platforms wel. De advertentinemarkt stort ineen. Sport heeft weinig problemen: Daar zijn zelfs kansen voor niche-kanalen. Actualiteitenprogramma’s hebben universeel bestaansrecht – linksom of rechtsom zal in de behoefte van duiding en nieuws worden voorzien. Datzelfde geldt voor grote evenmenten en alles wat domweg écht goed is, zoals kwaliteitsseries. De logica van een 24/7 lineair uitzendend kanaal verdwijnt echter (daarom snap ik die thema-kanalen van de Publieke Omroep ook niet echt), en de logica van de productie van generieke tv-pulp verdwijnt eveneens. En het is de vraag hoe rouwig we daarom hoeven zijn.

Terzijde: Apple benadrukt dat het niet geïnteresseerd is in de TV-business. Eerder zeiden ze hetzelfde over de telefoon- en de tablet-business. Zal mij benieuwen…

(Foto’s: Old Broken TV door Schmilblick (CC), One Less TV door Kevin Steele (CC).

Festival Lokale DemocratieLosse uitgaanstip, voor hen die van leuke én inhoudelijke feestjes houden en/of nog niet weten op welke partij ze moeten stemmen op 3 maart: het Festival van de Lokale Democratie, op 1 en 2 maart georganiseerd door BKB en de Melkweg. 1 maart is erg leuk met onder meer de verkiezing van het Beste Raadslid van Nederland, maar 2 maart gaat daar met gemak overheen met zowel het Landelijke als het Amsterdamse Lijsttrekkersdebat, beide live uitgezonden door respectievelijk Pauw & Witteman en AT5.

Bovendien kan ik vast verklappen dat die dag om 20:30 (tijd onder voorbehoud) in de Oude Zaal het programma @Democratie plaatsvindt, over de invloed van internet op de lokale politiek, nu en in de toekomst. Ik ga dan onder leiding van Andrea Wiegman (Second Sight) in debat met Martijn Lampert (Motivaction) en Alexander Klöpping. Meemaken, bijzijn dus! Dagkaarten kosten 9,50, een passepartout 16 euro. Gaat natuurlijk stijf uitverkopen, dus ik zou vast een kaartje reserveren.

Eergisteren schreef ik het artikel ‘Over de toekomst van journalistiek onderwijs‘, waarin ik constateer dat elke mogelijke verbetering begint met pakweg een verviervoudiging van de aandacht voor onlinejournalistiek. Wiel Schmets, directeur van de Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg, reageerde op Twitter dat de “aandacht zal toch vooral uit blijven gaan naar kernwaarden in journalistiek handelen en vaardig toepassing in mediavarianten”.

klasje

Daarop antwoord ik (1, 2, 3) dat juist in die optiek internet gewoonlijk als een afzetkanaal van journalistieke producten wordt beschouwd (en als bron, trouwens), en de journalistiek zelf als universeel geldig – terwijl, indachtig het eeuwige ‘the medium is the message’ van Marshall Mcluhan, het medium geen neutraal verpakkingsmateriaal is maar zowel de betekens van de boodschap als de relaties tussen deelnemers aan het communicatieproces mede vormgeeft. Lees verder »

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media:


moblog >



laatste reacties >


archief >