Ik zet presentaties normaliter niet online. Dat komt deels doordat ik er nooit tevreden over ben, bestaande presentaties altijd doorontwikkel en denk: binnekort is-ie af, en dat zet ik ‘m op Slideshare. Nu toch maar gedaan, vooral omdat dit werd verzocht door de organisatoren van Social Media School, de vandaag en gisteren georganiseerd in Seats2meet Utrecht.
Ik gaf de presentatie ’social media: tools, tips & trucs’ – het was namelijk de bedoeling om deze lezing vooral praktisch toepasbaar te maken. Een lijstje tools is het echter niet geworden: het is immers zinloos te weten wat instrumenten kunnen, zonder te weten waarom je ze zou inzetten. Ik heb daarom gekozen voor de volgende benadering: gebruik sociale media als verlengstuk van je eigen nieuws. Elke organisatie publiceert nieuws en heeft er baat bij om sociale media te gebruiken om dit onder de aandacht te brengen. De inzet van pakweg Twitter voor deze doeleinden is uitstekend te verantwoorden, en en creëert de nodige speelruimte om erna méér te doen dan het doorplaatsen van nieuws – zoals het eenvoudig converseren met belangstellenden. De rest komt later wel. Zie de onderstaande presentatie:
Tags:#sms2010
The New York Times meldt dat het internet de beste vriend van de televisie zou kunnen zijn. Althans, dat melden geïnterviewde tv-bobo’s op grond van goede kijkcijfers voor – met name – registraties van grote evenementen, van The Golden Globes tot de Olympische Spelen. Op Bright reageert Maarten Reijnders: hij stelt dat ook de werkloosheid en de bevolkingsgroei debet kunnen zijn aan de gestegen kijkcijfers.

Ik denk echter dat het wel degelijk mogelijk is dat die tv-uitzendingen – ook relatief – populairder geworden zijn dankzij internet. Maar dat wil niet zeggen dat tv als platform of als industrie niets van internet te vrezen zou hebben. Zoals ik zeg in mijn reactie op Bright:
Ik kijk ook veel ‘gezamenlijk’: vooral Olympische Spelen, Nederlandse topclups in de Champions League, Pauw & Witteman en DWDD. Maar de populariteit van juist die programma’s is niet gelegitimeerd door het feit dat het op TV is, al wordt het er wel door versterkt; het bestaansrecht ligt daarbúíten – dat heeft universele geldigheid.
Dat geldt echter niet voor het leeuwendeel van de overige televisiecontent (denk: funniest homevideo’s, matige series, generieke spelshows). De betrekkelijke populariteit daarvan wordt veroorzaakt door contentschaarste op het tv-platform, die waarschijnlijk verdwijnt zodra we online-content (alles wat ooit gemaakt is) zowel live als on demand, even eenvoudig op tv als op de pc kunnen bekijken. Dan (we’re getting there, met Boxee, media centers, internet-tv’s etc) vindt de Grote Verrekening plaats – dan vermoed ik dat de kijkcijfers van veel programma’s nog wel eens flink zouden kunnen dalen. Die cijfers zijn nu nog stabiel omdat de meeste mensen nog geen online-content op tv kunnen ontvangen, maar de populariteit van zowel Uitzending Gemist als YouTube is een prima voorbode van wat komen gaat (het is ook logisch: het content-aanbod op je tv verveelvoudigt). Dat is enorm marktverstorend, vergelijkbaar met de invloed van internet op de krantenindustrie.
Echt goede programma’s (van hoogwaardige registratie van belangrijke evenmenten tot maatschappelijk urgente actualiteitenprogramma’s en kwaliteits-tv-series) zullen daar wellicht niet gevoelig voor zijn en komen juist sterker uit de strijd – die hebben universeel bestaansrecht. Maar dat betekent ook dat die programma’s nooit afhankelijk zijn geweest van het platform ‘tv’ (lineaire distributie door een beperkt aantal zenders), en dat betekent andersom dat het platform ‘tv’ (inclusief de industrie daaromheen) wellicht niet veel hoop hoeft te putten uit het succes van deze fenomenen.
De toekomst van tv is inderdaad grotendeels sociaal (hoewel niet uitsluitend). Kijk naar de wijze waarop we (al dan niet audiovisuele) content consumeren op internet: enerzijds abonneren we ons rechtstreeks op favoriete bronnen (podcasting, RSS), anderzijds gebruiken we nieuwe filters voor relevante content: zoekmachines (Google), aggregatiesystemen (Techmeme) en sociale aanbevelingen (Twitter). En combinaties natuurlijk: Techmeme analyseert (sociaal) linkgedrag en heeft een eigen zoekmachines, zodat je kunt zoeken in geaggregeerde sociale aanbevelingen (of zoiets). En Twittertim.es (tip!) aggregeert de links die jouw vrienden op Twitter delen.
Wat zijn de sterkste stijgers voor het ontdekken én beleven van verhalen, in welke vorm dan ook? Die zijn inderdaad sociaal. Is Twitter al belangrijk voor de verspreiding van content, Facebook zou al wel eens de grootste nieuwslezer kunnen zijn; ook stuurt het meer traffic naar (bepaalde) websites dan Google. Bovendien is het onderliggend algoritme van Google ook slechts gebaseerd op een aggregatie van sociale gedragingen: links.

De toekomst van tv dus grotendeels sociaal – maar niet alleen als het gaat om de beleving van content. – soms (of: vaak?) wil je niet worden afgeleid en is evenmin wenselijk dat derden weten wat jij kijkt. Maar ook dat is mogelijk met Google ook (alleen Google zelf kijkt met je mee…). De grootste verandering zal zijn, net als op het internet: de toegangsdrempel wordt verlaagd tot nul, dat leidt tot een contentexplosie, en dat leidt tot nieuwe filters.
En wat betekent dat voor de televisie-industrie? Om te beginnen: krimp en specialisatie. De aandacht van kijkers is niet oneindig, het aantal nieuwe spelers en platforms wel. De advertentinemarkt stort ineen. Sport heeft weinig problemen: Daar zijn zelfs kansen voor niche-kanalen. Actualiteitenprogramma’s hebben universeel bestaansrecht – linksom of rechtsom zal in de behoefte van duiding en nieuws worden voorzien. Datzelfde geldt voor grote evenmenten en alles wat domweg écht goed is, zoals kwaliteitsseries. De logica van een 24/7 lineair uitzendend kanaal verdwijnt echter (daarom snap ik die thema-kanalen van de Publieke Omroep ook niet echt), en de logica van de productie van generieke tv-pulp verdwijnt eveneens. En het is de vraag hoe rouwig we daarom hoeven zijn.
Terzijde: Apple benadrukt dat het niet geïnteresseerd is in de TV-business. Eerder zeiden ze hetzelfde over de telefoon- en de tablet-business. Zal mij benieuwen…
(Foto’s: Old Broken TV door Schmilblick (CC), One Less TV door Kevin Steele (CC).
Losse uitgaanstip, voor hen die van leuke én inhoudelijke feestjes houden en/of nog niet weten op welke partij ze moeten stemmen op 3 maart: het Festival van de Lokale Democratie, op 1 en 2 maart georganiseerd door BKB en de Melkweg. 1 maart is erg leuk met onder meer de verkiezing van het Beste Raadslid van Nederland, maar 2 maart gaat daar met gemak overheen met zowel het Landelijke als het Amsterdamse Lijsttrekkersdebat, beide live uitgezonden door respectievelijk Pauw & Witteman en AT5.
Bovendien kan ik vast verklappen dat die dag om 20:30 (tijd onder voorbehoud) in de Oude Zaal het programma @Democratie plaatsvindt, over de invloed van internet op de lokale politiek, nu en in de toekomst. Ik ga dan onder leiding van Andrea Wiegman (Second Sight) in debat met Martijn Lampert (Motivaction) en Alexander Klöpping. Meemaken, bijzijn dus! Dagkaarten kosten 9,50, een passepartout 16 euro. Gaat natuurlijk stijf uitverkopen, dus ik zou vast een kaartje reserveren.
Eergisteren schreef ik het artikel ‘Over de toekomst van journalistiek onderwijs‘, waarin ik constateer dat elke mogelijke verbetering begint met pakweg een verviervoudiging van de aandacht voor onlinejournalistiek. Wiel Schmets, directeur van de Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg, reageerde op Twitter dat de “aandacht zal toch vooral uit blijven gaan naar kernwaarden in journalistiek handelen en vaardig toepassing in mediavarianten”.

Daarop antwoord ik (1, 2, 3) dat juist in die optiek internet gewoonlijk als een afzetkanaal van journalistieke producten wordt beschouwd (en als bron, trouwens), en de journalistiek zelf als universeel geldig – terwijl, indachtig het eeuwige ‘the medium is the message’ van Marshall Mcluhan, het medium geen neutraal verpakkingsmateriaal is maar zowel de betekens van de boodschap als de relaties tussen deelnemers aan het communicatieproces mede vormgeeft. Lees verder »
Update: zie ook de vervolg-blogpost.
Dan Gillmor deelt zijn gedachten over de toekomst van journalistiek onderwijs. Zijn deze ideeën ook van toepassing op Nederland? Daar heb ik – zelf freelance trainer/docent crossmediale journalistiek en communicatie – wel een paar gedachten over.
Het artikel zelf is in zijn geheel lezenswaardig, maar ruw samengevat: Gillmor stelt dat journalistiekstudenten een brede algemene vorming moeten hebben, dat ze kennis moeten hebben van programmeren, statistiek, ondernemen, onderzoek, economie, lokale media, PR en marketing – en dat de specialisaties print, radio, tv en online moeten convergeren.
Belangrijker zijn wat mij betreft de onderstaande citaatjes, vetjes van mij.
Puntje 2: “We wouldn’t just recognize our students’ digital future; we’d immerse them in it.”
Puntje 4: “Teach students not just the basics of digital media but also…”
De citaten impliceren dat er al het een en ander is gebeurd. Dan Gillmor presenteert hier een aantal uitstekende aanbevelingen voor toekomstig journalistiek onderwijs, waarbij hij echter voetsstoots aanneemt: Lees verder »
De iPad wordt een iFlop, schrijft Maarten Reijnders op Webwereld. Tuurlijk, de Apple-fanboys zullen ook deze gadget uit Cupertino wel weer kopen, zegt hij – maar wie heeft zo’n ding daadwerkelijk nodig?
Ik bijt. Deze fanboy heeft al een iMac, een Mac Mini, een MacBook Pro en een iPhone, maar de iPad kan er ook nog wel bij. Om te beginnen vind ik mijn laptop – hoe dun ook – te groot en te zwaar om mee te nemen. Wel heb ik – behalve bij het uitgaan – altijd een tas bij me. Maar tenzij ik ergens een training of presentatie geef (en pro-dingen wil doen zoals beamers aansluiten, en dus een volwaardig mobiel werkstation nodig heb), wat doe ik dan daadwerkelijk? Twitteren, e-mailen, Facebooken, video’s kijken, gamen, internetten, muziek luisteren of stukjes tikken. En daarvoor laat ik mijn laptop steeds vaker links liggen. Behalve als ik echt langere tijd langere stukken moet schrijven of video’s moet monteren, gaat alles beter, fijner en sneller met mijn iPhone.
Laptops zijn ondingen
Welke les kun je daaruit trekken? Dat je geen iPad nodig hebt als je een iPhone hebt? Nee! Lees verder »
De helft van de bezoekers van Google News klikt niet door naar de oorspronkelijke nieuwsaanbieder, meldt PaidContent. Waarom Google News desondanks geen parasiet is, paywalls niet werken en kranten de linkeconomie moeten omhelzen.
De discussie tot op heden kon als volgt worden samengevat: kranten zijn boos dat aggregatiesites geld verdienen over de rug van hún content, Google stelt dat het kranten juist een dienst bewijst door te linken naar hun sites. Zie een DNR-stuk uit 2006, hier een ander stuk uit 2009 – steeds dezelfde herhaling van zetten. Nu blijkt echter dat Google News voor velen niet fungeert als doorstuurdienst – zij zijn scanners die genoegen nemen met de nieuwskoppen zelf en veelal niet doorklikken naar het orgineel. Google-critici zullen dit gegeven aangrijpen om te argumenteren dat de zoekgigant een parasiet is – of wellicht zelfs een parasitoïde, een schadelijke freeloader die op de koop toe zijn gastheer – lees: de krant – doodt.
Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media: