De Nederlandse blogosfeer over de journalistiek is een weblog rijker: Kimblog, een weblog van het Katholiek Instituut voor Massamedia (KIM) dat zich richt op de relatie tussen journalistiek en commercie. Uit het persbericht, gestuurd door KIM-bestuurslid (en Spits!-hoofdredacteur) Bart Brouwers:
Achterliggende gedachte is dat al dan niet aanwezig geld in hoge mate de kwaliteit van de journalistiek in Nederland bepaalt. Recente voorbeelden van reorganisaties, overnames en toenemende eisen van adverteerders geven extra voeding aan het belang van het thema.
Specialisten uit het brede werkterrein van de media komen in de loop van 2008 op dit weblog aan het woord om vanuit hun eigen perspectief hun licht over het onderwerp te laten schijnen. Op die manier moeten de komende maanden de talrijke deelaspecten van commercie en redactie aan bod kunnen komen. Bdu-directiesecretaris Marnix Kreyns heeft de eerste bijdrage geschreven
Technische Wordpress-tip: wanneer je stukken uit Microsoft Word in de Wysiwyg-editor van Wordpress plakt en daarbij Internet Explorer gebruikt dan klopt je lettertype niet meer, nu wordt elke zin apart opgemaakt in Book Antiqua door de meegekopieerde opmaak-code in Word. Muggenzifterij daargelaten, lijkt me dit een aanwinst voor de Nederlandse blogosfeer. Zie verder het introductie-artikel van Brouwers.
Sinds de start van mijn nieuwe bedrijf is mij verscheidene malen gevraagd: waarom gebruik je het e-mailadres jaapstronks (at) gmail.com in plaats van info (at) jaapstronks.nl, zelfs op die leuke visitekaartjes? Zo’n info@je-eigen-domeinnaam.nl zou professioneler staan.
Ik ben het daarmee niet eens. Omdat ik zelfstandige ben, kan ik het best mijn persoonlijke identiteit gebruiken om mijn persoonlijke merk te bouwen, zo is mijn overweging. Daarom blog ik ook vanaf jaapstronks.nl en niet stronksnieuwemedia.nl of newmediainteractiveincorporated.nl. Waarom zou ik dan een info@domeinnaam.nl-adres gebruiken? Dat heeft alleen zin wanneer je de schijn wil vermijden dat het een persoonlijk e-mailadres is dat door een echt iemand wordt gelezen en beantwoord.
Ik snap het nog als grotere bedrijven met info-adressen werken, maar ook hen raad ik aan zoveel mogelijk professionele communicatie via persoonlijke communicatiemiddelen te laten verlopen. Laat werknemers webloggen, e-mailen en skypen vanuit persoonlijke accounts: dat is de beste manier om te netwerken met consumenten, relaties en opdrachtgevers.
Daar komt nog bij dat het onderscheid tussen amateur-diensten en professionele services wegvalt. Gmail is in veel opzichten geavanceerder dan het e-mailsysteem dat je van je webhoster krijgt (al kun je ook andere adressen beheren met Gmail). Het rigide onderscheid tussen zakelijk en privé in het gebruik van communicatietechnologie is vaak een barrière: je eigen laptop heeft geen toegang tot het bedrijfsnetwerk, om te kunnen Skypen met een klant moet de afdeling ICT zo aardig zijn bij wijze van uitzondering de noodzakelijke software te installeren, samen met een klant in Google Docs aan een plan werken is ook problematisch.
Stelregel: waar het kan, werk als professional zoveel mogelijk met persoonlijke communicatiemiddelen. Maar daar is vast wat op af te dingen. Wie is het hiermee eens? En wie oneens? De vraag uit de titel is verwerkt tot een poll. Wat raden jullie freelancers aan?
Zie trouwens ook: 10 gouden tips voor verantwoord e-mailen.
n
Update: niemand is het met me eens. Dat is dan duidelijk. (meer lezen…)
Er is een nieuwe gratis plugin om met een paar muisklikken foto’s van iPhoto naar Flickr te krijgen: FFXporter, ofwel Free Flickr Exporter. Een aardige aanleiding om weer eens een screencast te maken. De foto van Moppie die u in de video ziet is hier te vinden; grotere versie van de video staat hier op Blip.tv.
Photodropper is een Wordpress-plugin waarmee je vanuit Wordpress Flickr-foto’s met een Creative Commons-licentie aan je weblog kunt toevoegen. Bij wijze van test schrijf ik er maar gelijk een stukje over. De afbeelding die erbij staat is gevonden door te zoeken op ‘LUX Nijmegen’, waar ik werk. De plugin biedt de mogelijkheid om foto’s op relevantie en ‘interestingness’ te sorteren en kan ook alleen afbeeldingen tonen die commercieel gebruikt mogen worden. Aanrader.

photo credit: Netream
Hoe krijg je video’s van goede kwaliteit op internet? Wanneer je een filmpje hebt gemaakt met video-software als Final Cut Pro / Express, iMovie of met screencast-software als Snapz Pro X of Screenflow (waarmee het onderstaande voorbeeld is gemaakt), dan is het niet aan te raden de gepreconfigureerde instellingen te gebruiken bij het exporteren van de uiteindelijke video. Om te testen hoeveel dit nu eigenlijk uitmaakt, heb ik een testvideo gemaakt en deze op twee manieren geëxporteerd. Bekijk hieronder de verschillen. Eerst even de gebruikte video:
- De eerste versie, een .mov-bestand met de hoogst mogelijke standaard-kwaliteit-instellingen van het programma Screenflow (’web-high’) met als gebruikte codec h.264 multi-pass. Bekijk de video hier. Screenshot, voor de duidelijkheid op dubbele grootte:

- De tweede versie, een .mp4-bestand met handmatig geselecteerde instellingen, namelijk Apple Animation codec, maximale kwaliteit; dit levert een groot bestand op van honderden megabytes of zelfs enkele gigabytes. Deze video wordt vervolgens gecomprimeerd met Visualhub, die hierbij alsnog de h.264-codec gebruikt, kwaliteitsinstelling ‘hoog’. Bekijk de video hier. Screenshot van hetzelfde fragment, gelijke grootte:

Conclusie: de ene h.264-codec is de andere niet. Bij het converteren van video’s gaat al snel wat mis, en als je echt gelikte filmpjes wil produceren moet je weten met welke codecs en programma’s je moet werken. De volgende tips zijn dus van belang:
1. Vanuit elk programma moet je eerst een Quicktime-bestand exporteren met de Apple Animation-codec
2. Vervolgens kun je het bestand comprimeren met Visualhub of het gratis broertje met minder opties: iSquint.
3. Bonustip: vertrouw de online-flash-conversiesystemen van video-aanbieders als Blip.tv niet, hoe goed ze op zich zijn. Beter is het om zelf met Visualhub een Flash-versie te exporteren in Raw .flv-formaat en die te uploaden naar Blip.tv, de kwaliteitsverschillen zijn in mijn ervaring nog groter dan de bovenstaande.
Update: zie deze nieuwe post over videokwaliteit.
Piclens is een prachtige plugin voor Firefox en Safari waarmee je afbeeldingen en foto’s kunt bekijken. Een goed onderwerp om een screencast van te maken; ik heb namelijk net Screenflow aangeschaft, een nieuw, geavanceerd en gebruiksvriendelijk programma om screencasts (opnamen van je beeldscherm) te maken. Het voordeel is dat video’s zoals onderstaande in één keer worden opgenomen: het programma kan gelijktijdig je beeldscherm, webcambeelden, verschillende audiobronnen, muiskliks en toetsaanslagen registeren. Monteren achteraf werkt fantastisch: onder andere door de gebruikte Core-technologie in Mac OS X Leopard is de interface dynamisch en interactief; tussentijds bewerkte videobeelden ‘renderen’ om ze af te spelen is niet nodig. Zie hier groter formaat en ook de Quicktime-versie.
Al een paar keer meegemaakt: iemand die ik ontmoet en nog nooit gesproken heb blijkt mij te kennen. Van mijn weblog, een stuk op de Nieuwe Reporter, dat ik genoemd werd op Geenstijl of van foto’s op Flickr – niets bijzonders. Nu hoeft u niet bang te zijn dat de ‘roem’ me naar het hoofd stijgt: ik beloof dat ik mijn sterallures pas laat ontkiemen wanneer mij in winkelcentra om handtekeningen wordt gevraagd nadat ik mijn eerste pophit scoor of eindelijk linksvoor bij Ajax ben geworden. Nee, over dat type bekendheid heb ik het niet; het gaat me om een nieuw fenomeen, de bekendheid die nieuwemediagebruikers genieten bij een deels bekend, deels onbekend publiek van tussen de enkele tientallen tot een paar duizend personen.
Clive Thompson noemt dit in Wired Microcelebrity, ofwel mini-beroemdheid. Het is de zoveelste manifestatie van het Long Tail-effect – een fenomeen dat overigens zijn oorsprong eveneens in Wired vindt. Kort uitgelegd: op internet is het aanbod onbeperkt en is de aansluiting van de vraag op dat aanbod ook nog eens heel efficiënt. Internetwinkel Amazon.com bijvoorbeeld behaalt meer dan de helft van zijn winst uit de verkoop van boeken die te weinig worden verkocht om op winstgevende wijze in fysieke boekenwinkels te verkopen, waar alleen bestsellers worden verkocht.
Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media: