Zojuist heb ik de sleutel opgehaald van het nieuwe huis waar ik met vriendin en kat naartoe ga verhuizen over twee weken van de Kronenburgerplaats in Nijmegen naar de Soetendaalseweg te Rotterdam. Ik heb net een beetje rondgekeken, en dacht: het is handig om even per video (met de laptopwebcam) een rondleiding te filmen. Waarom die niet gelijk live uitzenden? Daar gaat ie dan dus, zometeen om 17:00 uur! Update: dat was het alweer, de opgenomen versie staat hieronder (ik hoop dat ie het doet, tenminste). Update: zie ook de foto’s op Flickr.
Komende vrijdag wordt een debat georganiseerd over de houdbaarheid van de journalistiek, bij wijze van afsluiting van de redactie New Media Lab van de School voor Journalistiek Utrecht, aan welke ik als freelancedocent de afgelopen paar maanden verbonden ben geweest. Zelf ben ik gevraagd om te spreken; ik ga in discussie Tjerk Gualtherie van Weezel (opinieredacteur bij De Volkskrant) en Rob van Kranenburg (Waag Society). De discussie wordt afgerond met een slotbeschouwing van Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes. Zie hier meer info of klik op de poster voor grotere versies op Flickr.
Leuk is vooral dat de studenten, aan wie ik de afgelopen weken het podcasten, bloggen, live-streamen en twitteren heb onderwezen, het geleerde tijdens dit debat in de praktijk zullen brengen. Op een nader bekend te maken URL kunnen ook de thuisblijvers het debat dus op diverse manieren volgen. Later meer! De mooie poster is door drie studenten gemaakt.
Update: Helaas moet Pieter Broertjes afzeggen in verband met de uitvaart van Kees Fens – begrijpelijk. Gelukkig heb ik Francisco van Jole bereid gevonden diens plaats in te nemen. Komt dat zien!
Update: Oeps, deze bijdrage was eigenlijk voor mijn onderwijsblog bedoeld.
Don Dogde wijst in zijn bijdrage aan een discussie over sociale media op de 1-procent-regel van sociale media. Hij schrijft hierover naar aanleiding van een hapsnapvisie van Fred Wilson op waartoe de opkomst van sociale media leidt:
every single human being posting their thoughts and experiences in any number of ways to the Internet
Het is een aardige vuistregel, dat elke community voor 1 procent bestaat uit producenten, voor 10 procent uit ‘versterkers’ en voor 100 procent uit ‘consumenten’ bestaat. Let wel: de producenten en versterkers zijn zelf ook consumenten, vandaar de getallenverhouding. Er is juist geen sprake van een stringente rolverdeling: consumenten kunnen versterker worden en eventueel later ook producent; de verdeling van rollen in een community is vloeibaar, zoals ik in het afgelopen college ook uiteenzette. In een community als Digg is juist sprake van een groep van zo’n 100 ‘power users’ die veel artikelen schrijven die op de voorpagina komen; ook bij Wikipedia wordt een groot deel van alle artikelen geschreven door een relatief kleine groep van 500 zeer bedreven redacteuren (hier gelezen).
Het is belangrijk dat dit niet wordt gezien als bewijs dat sociale media helemaal niet zo sociaal zijn. Het idee is dat elke persoon bij sommige communities een producent of versterker zal zijn, en bij veel (meer) andere communities slechts consument. Interessant is dat een sociale nieuwssite als Digg, waarbij relevantie van nieuws wordt gebaseerd op stemmen, juist ook is gebaseerd op een verdeling tussen betrokken redacteuren met meer macht, aanzien en verantwoordelijkheid enerzijds, en tamelijk anonieme lezers anderszijds. Die verdeling van taken, verantwoordelijkheden en verwachtingen is logishc: niet iedereen kan informatieproducent zijn. Waar het wel om gaat:
- er zijn veel grijstinten tussen consument en producent. Het is mogelijk om Digg te lezen, om te stemmen op artikelen, om te reageren op artikelen en om artikelen aan te dragen. Achter de schermen is het gebruikerssysteem een uitgebreid sociaal netwerk: als je goede artikelen aanbrengt, krijg je meer vrienden en ‘fans’ (eenzijdige vrienden) en wordt meer gewicht toegekend aan je redactionele keuzes (enerzijds omdat het algoritme van Digg je gebruikersactiviteit laat meewegen, en anderzijds doordat meer mensen je volgen en je artikelen zien). Al deze factoren maken veel gradaties van betrokkenheid en professionaliteit mogelijk. De verdeling graviteert weliswaar naar een 1-10-100-model, maar dat is een simplificatie van de werkelijke variëteit van de populatie.
- Transities van de ene rol naar de andere zijn eenvoudig en komen veel voor. Passieve gebruikers kunnen actieve participanten worden en omgekeerd. Ook hier is vaak een natuurlijk verloop zichtbaar: actieve deelnemers houden het na enige tijd vaak weer voor gezien, maar hun plekken kunnen worden opgevuld door nieuwkomers. Veel communities proberen hun ervaren leden op diverse manieren binnen te houden, onder andere door hen te belonen met een speciale (vaak zichtbare) status. Hier zijn veel aanvullende gedachten en theorieën over; lees hier verder.
Een belangrijk verschil met traditionele media is dus de vloeibare, gedeïnstitutionaliseerde manier waarop rollen worden verdeeld in een communicerende gemeenschap. Tegelijk kun je vaststellen dat expertise en professionalisme nog steeds nodig zijn en juist van groot belang zijn in elke internetcommunity (dat is overigens een van de dingen die Andrew Keen fundamenteel mis heeft in zijn The Cult of the Amateur). Het lastige én interessante is dat de professionalisering zelf evenmin is geïnstitutionaliseerd (leren schrijven doe je op school, en dán mag je pas informatie publiceren); het publiceren van ‘crappy’ informatie wordt juist gestimuleerd, in de hoop dat het uiteindelijk op een natuurlijke wijze leidt tot kwaliteit:
Wikipedia is the perfect example of a site which doesn’t worry about being crappy, but rather its ability to evolve. They’ve let folks destroy their accuracy and reputation in the hopes that the increased interaction will be a net positive in the future… and it has.
Hier zie je dat traditionele opvattingen over opleiding en over de vraag hoe kwaliteit tot stand aan de kaak worden gesteld. Rode draad is: alles is vloeibaar. Kwaliteit, functie, verantwoordelijkheid, relevantie, professionaliteit – allerlei zaken die we geneigd waren te definiëren, vast te pinnen, te vatten in starre regels (je hebt je opleiding af of niet, je bent in dienst bij een krant of niet, een artikel is goed genoeg gesschreven om te publiceren of niet, en relevant genoeg of niet, je bent schrijver of lezer…) zijn nu dynamisch. Dat betekent echter niet dat we genoegen nemen met chaos en slechte kwaliteit: kwaliteit, orde en relevantie zijn nog steeds zaken waarnaar we verlangen. Er zijn echter nieuwe methoden om die te bereiken, nieuwe manieren om ze te creëren en te beoordelen.
Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media: