Bart Frouws op de mail: hij schrijft voor het blad Freem over sociale netwerken en vraagt me wat ik vind van ‘defrienden’, dat zou toch dé trend van 2009 worden? Dat heb ik zelf nooit beweerd – ik vond het begrip tamelijk onzinnig en de discussie eromheen van weinig diepgang getuigen – maar ik heb ‘m alsnog wat teruggeschreven. Dus plaats ik het ook hier maar:
Het ‘defrienden’, voor zover van enige significante omvang, is het symptoom van een groeistuip van sociale netwerktechnologie die zich blijft ontwikkelen om voldoende schaalbaar en flexibel te zijn om aan te sluiten bij de complexiteit van menselijk sociaal gedrag.
Mensen onderhouden complexe sociale relaties met verschillende overlappende groepen en sociale sferen. Sociale netwerktechnologie moet op een elegante, intelligente wijze recht doen aan die complexiteit. Het is zonneklaar dat eenvoudige symmetrische relaties (zoals bij Hyves of MSN Messenger) of asymmetrische relaties (zoals bij Twitter) niet flexibel genoeg zijn om recht te doen aan de sociale realiteit. Het begrip ‘vriend’ is online dan ook aan enige inflatie onderhevig – gisteren voegde staatssecretaris Frans Timmermans mij toe als vriend op Facebook, terwijl ik de beste man nog niet heb mogen ontmoeten.
Nogal wiedes dat gebruikers van Facebook zich dan in allerlei bochten wringen om met beperkte technologie de sociale werkelijkheid proberen vorm te geven: ze voegen bijvoorbeeld hun hele school toe als ‘vrienden’, wat in de VS heel gebruikelijk is. Dat leidt weer tot het verlies van intimiteit: je betere vrienden verdwijnen zo in het geraas van alle anderen. Relatieve onbekenden ‘defrienden’ is dan symptomatisch voor het meer wezenlijke probleem dat technologie nog niet schaalbaar en flexibel genoeg is om verschillende gradaties van sociale nabijheid te faciliteren.
Maar daar komt verandering in: Facebook laat je vrienden in groepjes verdelen en ook Twitter introduceert nu ‘lists’ om eenvoudig bepaalde groepen mensen te volgen. Stappen in de goede richting, maar we zijn er nog láng niet..
Helaas, ik verkoop mijn iMac. Om een goede reden overigens: ik heb niet de verleiding kunnen weerstaan om de nieuwe 27″ iMac aan te schaffen, inclusief quad-core CPU. Het viel me op dat de standaard-iMacs die nu worden verkocht echter even snel zijn als mijn iMac uit juli 2008: beide hebben een Core 2 Duo-processor van 3,06 GHz. Dat betekent dat ik voor mijn huidige iMac vermoedelijk nog een prima bedrag kan krijgen. Dus: die gaat in de verkoop!
Dan de specs. Het is een iMac uit juli 2008 met:
De prijs? 1100 1000 euro.
Da’s niet veel: kijk op Tweedehandsmac voor iMacs met vergelijkbare specs met hogere prijzen. Of doe een bod, dat kan ook uiteraard. Nog een foto, kijk ‘m glimmen! (Nee, de randapparatuur krijg je er niet bij…)
Update: jammer dan, hij is verkocht (toch nog voor 1100 euro…)
Begin dit jaar kocht ik de Kodak Zi6, toen de beste pocketcamera – zie mijn eerste indruk toen. Zojuist werd zijn opvolger bezorgd door UPS: de Zi8. Met HDMI-aansluiting, (niet briljante) beeldstabilisatie, externe microfoonaansluiting, 1080p-resolutie en via USB oplaadbare accu. Zie hieronder de testvideo.
BUMA vraagt draconische bedragen voor het embedden van muziek, meldt 3voor12. Zie ook onder meerRetecool, deze petitie en de conceptbrief die Bits of Freedom (die ik ga helpen met hun digitale communicatiestrategie de komende tijd) opstelt.
Inlog.org kwam met een ludieke reactie: als we geen video’s mogen embedden, dan maken we maar video’s van video’s. Marco Frissen maakte dáár weer een video van, en ik maakte van Marco’s video weer een video, hieronder. Droste-alert! Vindt u die video mooi? Op je blog plaatsen mag niet, maak maar een video van deze video: Copyright killed the videostar!
Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media: