3 dec
Op de Nieuwe Reporter is een conceptversie van een nieuwe journalistieke code gepubliceerd, met in een opvolgend artikel een begeleidende verklaring van Henk Blanken en Bart Brouwers.
Op diezelfde site noemde ik een dik jaar geleden een vorige code, niet zoals nu een initiatief van het Genootschap van Hoofdredacteuren maar van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ), stom. Toen Henk Blanken me pakweg een jaar geleden in een Utrechts kroegje me vroeg wat ik zou vinden van een nieuwe, internet-bestendige journalistieke code, zei ik ‘m al dat mijns inziens elke journalistieke code stom is. En dat vind ik nog steeds, ook de conceptversie van de laatste loot aan de stam der journalistieke codes, al is-ie zeker weten een flink stukkie beter dan de (bij mijn weten) rap in vergetelheid geraakte pennenvrucht van de RvdJ.
Fietsenkeldergate
Goed, even de VHS-band doorspoelen naar vandaag. Stephan Okhuijsen, beter bekend als Steeph van kwaliteitslog Sargasso, noemt in een comment onder de begeleidende verklaring de jongste code wat te ‘zwartwit’. Daar sluit ik mij graag bij aan. Sterker nog, op de website van Henk Blanken noemde ik net als hij Creative Commons als voorbeeld van flexibele spelregels die beter passen bij de pluriforme mediamaatschappij dan een starre, universele code.
Waarom is zo’n code geen goed idee? Wel, het punt is dat de traditionele journalistiek eigenlijk al te divers is om gebonden te kunnen worden aan één setje wetten & regels. Een goed voorbeeld is de fietsenhokaffaire van de Nijmeegse wethouder Paul Depla. Een veelgehoorde verklaring van krantenredacties die de beste lezer proberen uit te leggen waarom uiteindelijk toch is besloten toch tot publicatie over te gaan inzake Fietsenkeldergate luidt dat het vermaledijde Geenstijl, in een bijzin gekenschetst als een weblog dat voornamelijk geruchten publiceert, de zaak naar buiten heeft gebracht. Vervolgens zou de zaak in de gemeenteraad aanhangig zijn gemaakt, en dán is het een politieke zaak die persaandacht verdient, en niet langer een privé-aangelegenheid.
Lariekoek en apekool. Ben even krantendatabase Lexis Nexis ingedoken voor een kleine reconstructie. Geenstijl publiceerde op 21 november het bericht; dezelfde dag volgden de Telegraaf en het ANP dat een persbericht stuurde aan alle redacties van Nederland. Het bericht werd overgenomen door in elk geval de meeste regionale dagbladen van Wegener en kwaliteitskrant nrc.next. Pas een dag later werd een ANP-nieuwsbericht verstuurd met de mededeling dat de gemeenteraad de kwestie gewoon nog als een privézaak beschouwde, maar het hek was al lang van de dam.
Journalistiek en de bijbehorende ethiek is dus niet universeel, hoezeer de journalistiek zijn best ook doet om die mythe in stand te houden door te doen alsof en door journalistieke codes te verzinnen met ruimere definities om de boel bij elkaar te kunnen houden.
Aanklooiende amateurs
Zelfs in een traditionele mediawereld staat zo’n code dus al op gespannen voet met de natuurlijke diversiteit aan nieuwsmedia en de culturen die zij scheppen, de afspraken die zij maken met hun publiek en met zichzelf, de normen en waarden die ze aanhangen. De werkelijke uitdaging is echter – welke overigens volmondig wordt onderkend door de werkgroep die de code heeft opgesteld, niet voor niets bestaande uit een collectief van nieuwemediajournalisten – om een middel te vinden dat ook internetpublicisten de gelegenheid geeft om aanspreekbaar en verantwoord te laten opereren. Dat zal al helemáál niet lukken met een statische code.
Waarom niet? Een code is hoe dan ook een poging de bestaande scheidslijnen van een professionele beroepsgroep met een dikke viltstift nog net even wat vetter over te trekken: je hebt in een maatschappij journalisten die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en daarop aanspreekbaar zijn, en je hebt amateurs die maar wat aanklooien. Hoe goed deze specifieke code ook probeert recht te doen aan de realiteit van publiceren op internet (want het moet gezegd: het is een erg goede code, het punt is slechts dat ik een code sowieso geen goed idee vind): een kunstmatig geconstrueerde waterscheiding tussen professionals en amateurs kan niet de manier zijn om de betrouwbaarheid, transparantie en aanspreekbaarheid van nieuws- en opiniepublicisten (om er maar even een willekeurige generieke term tegenaan te gooien) te stimuleren.
Wat dan wel?
Wat is wel een goed idee? Wie het weet mag het zeggen. Ik vrees dat het begrip ‘journalistiek’ te zeer afhankelijk is van de media in welke ze tot wasdom is gekomen en de typen communicatie waarvoor ze gebruikt wordt, om als begrip op langere termijn te kunnen overleven – buiten de journalisten die toevallig ook webloggen zijn er weinig bloggers die zich journalist zullen noemen. Als je betrouwbaarheid van openbare communicatie wil stimuleren kun je derhalve beter niet de traditionele journalistiek als uitgangspunt nemen en vragen of er toevallig iemand bij wil onder de paraplu.
Flexibele codes á la Creative Commons zijn evenwel een voorbeeld van te maken afspraken tussen contentmakers en -consumenten dat zou kunnen werken. Een andere ingang: een begrip als ‘betrouwbaarheid’ is op internet vaak niet gestoeld op imago, maar wordt gebaseerd op gemonitorde handelingen in het verleden en de beoordelingen van derden (denk aan het feedbacksysteem van eBay). Als mijn vrienden een blogger hebben aangemerkt als onbetrouwbare leugenaar (hetgeen uiteraard automatisch op mijn scherm verschijnt zodra ik diens pagina bezoek), maar de blogger in kwestie zegt op zijn site de nieuwste journalistieke code te onderschrijven, geloof ik mijn vrienden en heb ik tegen die tijd allang geleerd die code te negeren.
Ander voorbeeld: de sfeer op Hyves-weblogs is dikwijls zo goed omdat iedereen er publiceert en reageert onder de eigen naam. Ethisch onverantwoord handelen laat je wel uit je hoofd, en wie toch over de schreef gaat wordt uit de vriendengroep verwijderd of, in het geval van openbaar toegankelijke blogs waar ook niet-vrienden mogen komen, door de gebruiker geblokkeerd. Betrouwbaarheid en kwaliteit worden niet afgedwongen door verheven codes, maar ontstaan hier door doodeenvoudige sociale controle.
Zulke modernere, wellicht effectievere initiatieven hoef je niet te verwachten uit de hoek van de traditionele journalistiek. Die beroepsgroep staat onder druk en is intern verdeeld, dus volgen pogingen om de gelederen te sluiten, zoals steeds maar weer nieuwe journalistieke codes (het initiatief van Kees Haak en Jan van Groesen meetellend staat de journalistiekecodesteller sinds september vorig jaar al op drie!) die de journalistiek moeten herdefiniëren. Het doet denken aan een ezel die steeds harder rent om de winterpeen in te halen die voor zijn ogen bungelt, onwetend van het feit dat deze met een stok en een touwtje aan zijn eigen lichaam is bevestigd.
Update: zie ook Journalistieke code leidt niet tot misbruik, wel tot vertraging
Geef een reactie
5 reacties op "Alweer een journalistieke code: beter dan de vorige, even zinloos"
De journalistieke code is een fatsoenscode. Wat mij betreft hoeft dat niet specifiek worden vastgelegd en spreken de regels die gesteld worden voor zich, ook inclusief de uitzonderingen. Ik vind het het eerder jammer dat een dergelijke code nodig zou zijn. Helaas is niet iedereen even fatsoenlijk, dus het is goed dat af en toe het ideaal opgeschreven wordt.
De code is dus niet fout, de mensen die zich niet houden aan de fatsoensnormen zijn fout als zij daar anderen schade mee berokkenen. Ik zou dan ook niet pleiten voor een wet. Het lijkt mij prima om de code de code te laten en het oordeel aan de rechter. Doe wat je belieft. Journalistiek staat en valt bij de mate van vrijheid van publiceren.
De code is dus een richtlijn en geen wet. Ik denk dat dat absoluut niets te maken heeft met online of offline media.
@jaap: als je het dus zo stelt wil je eigenlijk af van het begrip journalistiek. Helaas loopt je vergelijking met Creative Commons spaak. Ook denk ik dat je de code in het eind teveel betrekt op blogs en online media. Als je je blog alleen maar beschikbaar stelt voor je vrienden op Hyves publiceer je niet en ben je geen journalist. En laten we eerlijk zijn, wat je ook vindt van Geenstijl, er worden niet alleen maar leugens verspreid.
Om kort te gaan, een code is goed voor eenieder die zich een eervol journalist wil noemen. Een wet is uit den boze. Daarom is de keuze voor een code goed.
@Loek:
wat betreft Hyves, gaat het erom dat wanneer je de communicatie inbedt in sociale netwerken, er een systeem van sociale controle in werking is dat leidt tot zorgvuldiger communicatie, van zowel de kant van de schrijver als de lezer. Het gaat me dan om de cultuur die wordt geschapen.
Verder zou je kunnen aangeven waarom de vergelijking met Creative Commons spaak loopt. Ik zou bijvoorbeeld kunnen afspreken dat ik ernaar streef de waarheid te vertellen maar dat ik geen tijd heb om feiten te checken, dus dubbelcheck ze vooral. Of, wat betreft wederhoor kan ik beloven dat iedereen die commentaar op mij heeft en dat publiceert op zijn weblog, door mij vervolgens gelinkt wordt. Ofzo, ik roep maar wat. Mijn punt is dat (herkenbare) afspraken tussen publicisten en lezers best een goed idee kunnen zijn, maar dat één uniforme set regels en afspraken die zou moeten gelden voor alle verantwoordelijke publicisten en nieuwsbrengers geen goed idee is.
Dat de code geen wet is staat niet ter discussie. Maar je moet niet de symbolische waarde onderschatten die zo’n code kan hebben. Het is een signaal dat er journalisten zijn en amateurs, terwijl ik denk dat we meer zijn gebaat bij kwaliteitsverbetering van de tussenvormen.
Mijn kinderen zijn gelukkig goed terecht gekomen. Ik hoop dat mijn kleinkind ook iets anders wordt dan journalist. Want dat is vind ik niet vanzelfsprekend meer een eerzaam beroep te noemen. Veel kaf, weinig koren.
[...] Brussen is bang dat een nieuwe journalistieke code (waar ik eerder over schreef) leidt tot misbruik. Die angst is onnodig. Trekken journalisten zich nu al weinig van [...]
[...] Lees ook Alweer een journalistieke code: beter dan de vorige, even zinloos en Journalistieke code leidt niet tot misbruik, wel tot vertraging Stem of voeg toe aan [...]
Je moet ingelogd zijn om te mogen reageren.