Op de Nieuwe Reporter is een conceptversie van een nieuwe journalistieke code gepubliceerd, met in een opvolgend artikel een begeleidende verklaring van Henk Blanken en Bart Brouwers.

Op diezelfde site noemde ik een dik jaar geleden een vorige code, niet zoals nu een initiatief van het Genootschap van Hoofdredacteuren maar van de Raad voor de Journalistiek (RvdJ), stom. Toen Henk Blanken me pakweg een jaar geleden in een Utrechts kroegje me vroeg wat ik zou vinden van een nieuwe, internet-bestendige journalistieke code, zei ik ‘m al dat mijns inziens elke journalistieke code stom is. En dat vind ik nog steeds, ook de conceptversie van de laatste loot aan de stam der journalistieke codes, al is-ie zeker weten een flink stukkie beter dan de (bij mijn weten) rap in vergetelheid geraakte pennenvrucht van de RvdJ.

Fietsenkeldergate

Goed, even de VHS-band doorspoelen naar vandaag. Stephan Okhuijsen, beter bekend als Steeph van kwaliteitslog Sargasso, noemt in een comment onder de begeleidende verklaring de jongste code wat te ‘zwartwit’. Daar sluit ik mij graag bij aan. Sterker nog, op de website van Henk Blanken noemde ik net als hij Creative Commons als voorbeeld van flexibele spelregels die beter passen bij de pluriforme mediamaatschappij dan een starre, universele code.

Waarom is zo’n code geen goed idee? Wel, het punt is dat de traditionele journalistiek eigenlijk al te divers is om gebonden te kunnen worden aan één setje wetten & regels. Een goed voorbeeld is de fietsenhokaffaire van de Nijmeegse wethouder Paul Depla. Een veelgehoorde verklaring van krantenredacties die de beste lezer proberen uit te leggen waarom uiteindelijk toch is besloten toch tot publicatie over te gaan inzake Fietsenkeldergate luidt dat het vermaledijde Geenstijl, in een bijzin gekenschetst als een weblog dat voornamelijk geruchten publiceert, de zaak naar buiten heeft gebracht. Vervolgens zou de zaak in de gemeenteraad aanhangig zijn gemaakt, en dán is het een politieke zaak die persaandacht verdient, en niet langer een privé-aangelegenheid.

Lariekoek en apekool. Ben even krantendatabase Lexis Nexis ingedoken voor een kleine reconstructie. Geenstijl publiceerde op 21 november het bericht; dezelfde dag volgden de Telegraaf en het ANP dat een persbericht stuurde aan alle redacties van Nederland. Het bericht werd overgenomen door in elk geval de meeste regionale dagbladen van Wegener en kwaliteitskrant nrc.next. Pas een dag later werd een ANP-nieuwsbericht verstuurd met de mededeling dat de gemeenteraad de kwestie gewoon nog als een privézaak beschouwde, maar het hek was al lang van de dam.

Journalistiek en de bijbehorende ethiek is dus niet universeel, hoezeer de journalistiek zijn best ook doet om die mythe in stand te houden door te doen alsof en door journalistieke codes te verzinnen met ruimere definities om de boel bij elkaar te kunnen houden.

Aanklooiende amateurs

Zelfs in een traditionele mediawereld staat zo’n code dus al op gespannen voet met de natuurlijke diversiteit aan nieuwsmedia en de culturen die zij scheppen, de afspraken die zij maken met hun publiek en met zichzelf, de normen en waarden die ze aanhangen. De werkelijke uitdaging is echter – welke overigens volmondig wordt onderkend door de werkgroep die de code heeft opgesteld, niet voor niets bestaande uit een collectief van nieuwemediajournalisten – om een middel te vinden dat ook internetpublicisten de gelegenheid geeft om aanspreekbaar en verantwoord te laten opereren. Dat zal al helemáál niet lukken met een statische code.

Waarom niet? Een code is hoe dan ook een poging de bestaande scheidslijnen van een professionele beroepsgroep met een dikke viltstift nog net even wat vetter over te trekken: je hebt in een maatschappij journalisten die voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen en daarop aanspreekbaar zijn, en je hebt amateurs die maar wat aanklooien. Hoe goed deze specifieke code ook probeert recht te doen aan de realiteit van publiceren op internet (want het moet gezegd: het is een erg goede code, het punt is slechts dat ik een code sowieso geen goed idee vind): een kunstmatig geconstrueerde waterscheiding tussen professionals en amateurs kan niet de manier zijn om de betrouwbaarheid, transparantie en aanspreekbaarheid van nieuws- en opiniepublicisten (om er maar even een willekeurige generieke term tegenaan te gooien) te stimuleren.


Wat dan wel?

Wat is wel een goed idee? Wie het weet mag het zeggen. Ik vrees dat het begrip ‘journalistiek’ te zeer afhankelijk is van de media in welke ze tot wasdom is gekomen en de typen communicatie waarvoor ze gebruikt wordt, om als begrip op langere termijn te kunnen overleven – buiten de journalisten die toevallig ook webloggen zijn er weinig bloggers die zich journalist zullen noemen. Als je betrouwbaarheid van openbare communicatie wil stimuleren kun je derhalve beter niet de traditionele journalistiek als uitgangspunt nemen en vragen of er toevallig iemand bij wil onder de paraplu.

Flexibele codes á la Creative Commons zijn evenwel een voorbeeld van te maken afspraken tussen contentmakers en -consumenten dat zou kunnen werken. Een andere ingang: een begrip als ‘betrouwbaarheid’ is op internet vaak niet gestoeld op imago, maar wordt gebaseerd op gemonitorde handelingen in het verleden en de beoordelingen van derden (denk aan het feedbacksysteem van eBay). Als mijn vrienden een blogger hebben aangemerkt als onbetrouwbare leugenaar (hetgeen uiteraard automatisch op mijn scherm verschijnt zodra ik diens pagina bezoek), maar de blogger in kwestie zegt op zijn site de nieuwste journalistieke code te onderschrijven, geloof ik mijn vrienden en heb ik tegen die tijd allang geleerd die code te negeren.

Ander voorbeeld: de sfeer op Hyves-weblogs is dikwijls zo goed omdat iedereen er publiceert en reageert onder de eigen naam. Ethisch onverantwoord handelen laat je wel uit je hoofd, en wie toch over de schreef gaat wordt uit de vriendengroep verwijderd of, in het geval van openbaar toegankelijke blogs waar ook niet-vrienden mogen komen, door de gebruiker geblokkeerd. Betrouwbaarheid en kwaliteit worden niet afgedwongen door verheven codes, maar ontstaan hier door doodeenvoudige sociale controle.

Zulke modernere, wellicht effectievere initiatieven hoef je niet te verwachten uit de hoek van de traditionele journalistiek. Die beroepsgroep staat onder druk en is intern verdeeld, dus volgen pogingen om de gelederen te sluiten, zoals steeds maar weer nieuwe journalistieke codes (het initiatief van Kees Haak en Jan van Groesen meetellend staat de journalistiekecodesteller sinds september vorig jaar al op drie!) die de journalistiek moeten herdefiniëren. Het doet denken aan een ezel die steeds harder rent om de winterpeen in te halen die voor zijn ogen bungelt, onwetend van het feit dat deze met een stok en een touwtje aan zijn eigen lichaam is bevestigd.

Update
: zie ook Journalistieke code leidt niet tot misbruik, wel tot vertraging

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner