De redactie van het nieuwe – en uiterst lovenswaardige – initiatief De Nieuwe Reporter vroeg een veertigtal mediadeskundigen naar hun visie op de toekomst van de Nederlandse journalistiek (deel1 staat hier).

Veel respondenten verwachten dat er ‘cross-mediaal geïntegreerd zal worden’. Er wordt gesproken van gratis multimediale kranten en groepsweblogs. Wat opvalt is het gebruik van termen als ‘cross-mediaal’ en ‘multimediaal’. Ik zal u gelijk maar bekennen dat ik geen flauw idee heb wat met beide termen wordt bedoeld, laat staan wat het verschil ertussen is. Wel wil ik vaststellen dat deze terminologie uitsluitend wordt gehanteerd door ‘oudemediamensen’ (excusez le mot) – uitgevers en redacteuren – maar niet door webloggers of podcasters.

Goed, men schijnt te doelen op de integratie van verschillende media op internet, en er kleven tevens noties aan van interactiviteit, als ik me niet vergis. Interactiviteit is trouwens ook al zo’n vaag begrip, want er wordt onder meer 1) tweewegcommunicatie tussen lezers en redacteuren, 2) many-to-many-communicatie tussen lezers onderling en redacteuren en 3) de mate waarin de uiterlijke verschijningsvorm van het medium zich laat customizen door een selecterende gebruiker (Teletekst is een goed voorbeeld hiervan, alsook startpagina.nl waar je de voor jou irrelevante linkcategorieën kunt wegklikken, en de ‘i’ van CD-i stond eveneens voor ‘interactief).

Ik zal wellicht later nog verder ingaan op de mythe van het fenomeen ‘multimedia’. Het woord is gebaseerd op marginalisatie van de waardering en erkenning van de rol die het medium speelt in het communicatieproces. Maar noties van de multimediale reporter die, afhankelijk van welk medium hem in het desbetreffende geval het beste lijkt, zijn boodschap door een medium naar keuze gooit, waren toch allang ontzenuwd? Ook het idee van de multimediaconsument die tegelijkertijd (online) leest en videofilmpjes aanklikt, of dan weer een audiobestand afluistert, is allang naar het rijk der fabelen verwezen? Goed, het gebeurt wel, maar de doorbraak van podcasting – dat wil zeggen, de disseminatie van media-enclosures via rss – leert dat de uiterste houdbaarheidsdatum van een gecentraliseerde portal, waar je als bezoeker naar toe moet gaan (of erger: moet inloggen) om er vervolgens te kiezen uit een door de zender gerangschikt aanbod van mediaboodschappen, allang is overschreden. Ik ga niet naar audio luisteren op een website, en filmpjes kijken doe ik liever in iTunes. (Wat dat betreft mag de Nieuwe Reporter de kaduuke rss-feed van de podcast wel eens fixen). Dat een mediabedrijf meerdere media inzet: okee. Een krant kan best pod- of vodcasts maken, al moet niet worden onderschat dat audio- en videomaken professionele disciplines zijn, die niet gescheiden kunnen worden van de professionele identiteit van de journalist. Verder is het woord ‘multimediaal’ een tamelijk lege huls. Ik leerde het woord trouwens als eerste kennen als benaming voor personal computers die beschikken over een cd-romspeler en een geluidskaart, maar het waarom daarvan is mij nog altijd niet helder.

Voorts mis ik heel veel dingen in het artikel – of, eerlijker gezegd, in de antwoorden van de respondenten. Veel ideeën zijn gebaseerd op de instandhouding van een verticale relatie tussen burgers en journalisten. Ik zou willen opperen dat traditionele mediabedrijven zich zouden voegen naar de horizontale netwerkstructuur van het internet. Kijk naar successen als eBay en Google (en dan vooral naar Google Adwords/Adsense): succesvolle nieuwemediabedrijven zijn niet in de eerste plaats aanbieders/eigenaars van content, maar bevinden zich in het netwerk zelf, versterken en faciliteren de informatie- en aandachtsstromen. Initiatieven als Hyves zijn zelf netwerken. Kranten zouden hubs kunnen vormen, knooppunten in netwerken van weblogs en nieuwssites, bijvoorbeeld; reputatie en betrouwbaarheid zijn schaarse goederen in het medialandschap van de eenentwintigste eeuw, en kranten hebben kunnen in dat opzicht nog wel een paar potjes breken.

Maar ja, zijn kranten in staat tot een dergelijke transformatie? Al zijn de artikelen gratis, een link op een weblog naar een krantenartikel is al onmogelijk, aangezien bezoekers wordt gevraagd eerst in te loggen. Krantensites die zelf de discussie in de blogosfeer volgen en naar weblogs linken, zoiets is al ondenkbaar, laat staan dat krantenorganisaties de blogosfeer zouden faciliteren en ondersteunen en bereid zouden zijn te zoeken naar manieren om een vruchtbare uitwisseling van informatie te bewerkstelligen tussen weblogs, weblogbezoekers en kranten.

Verder mis ik in het artikel de aandacht voor het lokale, behalve de bijdrage van Reinier Evers:

“Sources are becoming completely global, meaning that only truly local news can be done best here in The Netherlands: for everything else, non-Dutch sources will often deliver superior value, just because it’s 6 billion people (participants, experts) out there vs the 16 million here! De Volkskrant, het Journaal: nice for local news, followers when it comes to everything else. And we all have access to the ‘everything else’.”

Geen speld tussen te krijgen. In Amerika is local al enige tijd het toverwoord als het over de toekomst van hardcore journalistiek gaat, al is het succes van (weliswaar veelbelovende) citizen journalism-initiatieven vooralsnog niet om over naar huis te schrijven. De bijdragen aan die discussie van onder meer Steve Yelvington en Jeff Jarvis zijn zeer interessant, in elk geval.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner