7 Mrt
Update: dit artikel verscheen ook op de Nieuwe Reporter. De commentfunctie is hier daarom uitgeschakeld.
Hoe krijg je het voor elkaar om het succes van ‘literaire non-fictie’ te gebruiken als bewijs voor de vermeende onverminderd grote behoefte aan ‘ambachtelijke journalistiek’? Hoe kun je zonder veel omhaal de verkoopsuccessen van de Geert Makken en de Joris Luijendijks van deze wereld aanwenden om de door internetgoeroes geprofeteerde ‘digitale revolutie’ in de journalistiek te relativeren – zoals Jeroen Bergeijk doet op De Nieuwe Reporter?
Dat kan door journalistieke kenmerken uit de context van een medium te halen, vervolgens universele geldigheid toe te dichten en dan op andere media te projecteren. Een fout die in discussies over de journalistiek dikwijls wordt gemaakt. In dit geval roemt Van Bergeijk de voordelen van het journalistieke boek: de auteur heeft alle ruimte om een ingewikkeld verhaal goed te vertellen. Vervolgens wordt echter opgemerkt:
Vreemd dus eigenlijk dat we niet veel meer literaire non-fictie aantreffen in de kranten- en tijdschriften, laat staan websites.
Gezien de titel en de inleiding gaat hij nog verder: het succes van het genre zou bewijzen dat we “meer en meer behoefte aan ambachtelijke journalisten” krijgen.
Ik zou willen voorstellen om het eens vanuit de logica van de mediaomgeving te benaderen. (Zie ook mijn comment over crossmedia op de Campusblog van de SvdJ Utrecht.) Een boek is per definitie eenrichtingsverkeer, is bedoeld om te bewaren, een grote hoeveelheid tekst in op te slaan die in sessies wordt geconsumeerd. Dan heb je als journalist de mogelijkheid om uit te weiden, grote verhalen te schrijven met scenès en wat dies meer zij, bestemd voor passieve lezers. Een krant is bedoeld als dagelijks pakketje dat binnen een half uur tot een uur uit te lezen is; bondig en to the point het laatste nieuws presenteren is het devies, overigens aan al even passieve lezers.
Websites daarentegen bieden (potentieel) een gelijke mate van actieve participatie aan zowel schrijvers als lezers. En, om kort te gaan, zie je dat het publiek een actieve rol eist, en redactionele omgevingen waar de afstand tussen schrijvers en lezers klein is, en waar het publiek veel macht heeft, het meest succesvol zijn.
Welnu. Boeken zijn er altijd al geweest en zullen nog een hele tijd blijven. Kranten bestaan ook al een tijdje en zullen het eveneens nog wel even uitzingen. Maar websites en andere internetmedia zitten anders in elkaar; de informatiehuishouding en de relatie tussen schrijvers en lezers is er heel anders; het medialandschap is anders van opzet, de noodzakelijke normen en waarden verschillen, ga zo maar door. Daar komt bij dat het internetgebruik sterk groeit, dat de technische mogelijkheden nog altijd in razend tempo toenemen, zowel wat publicatiemogelijkheden als consumptieplatformen (denk mobiel internet) betreft.
Deze logica volgend, is de conclusie gerechtvaardigd dat dialogische, interactieve internetjournalistiek een zonnige toekomst tegemoet mag zien, omdat deze beantwoordt aan de eisen van de tijd, compatibel is met de veranderende informatiehuishouding van de maatschappij.
Dat betekent niet dat we papieren kranten, laat staan boeken moeten afschrijven; het betekent wél dat je journalistieke normen, waarden en kenmerken moet beschouwen als producten van het medium waarin ze tot wasdom zijn gekomen; elk medium vraagt om zijn eigen aanpak, elk medium creëert zijn eigen journalistiek. Hou die typen journalistiek goed uit elkaar en probeer niet de waarden van de een in het medium van de andere te projecteren. Anders kom je voor je het weet met curieuze beweringen waarin Geert Mak wordt gebruikt om de betekenis van internetjournalistiek te bagatelliseren…
Abonneer je op de af en toe verschijnende e-mailnieuwsbrief van Stronks Nieuwe Media:
Geef een reactie
5 reacties op "Geert Mak vs. de digitale revolutie! (Of toch niet)"
Goed lezen, ik hou geen ‘pleidooi’ voor een medium maar voor een genre: literiare nonfictie. Martin Bril schrijft schrijft literaire nonfictie in 500 woorden, anderen schrijven boeken. Ik zeg we hebben behoefte aan verhalenvertellers, dat heeft niks met het medium waarin je werkt te maken.
Ik heb heel goed gelezen, dank je ;-) Volgens mij heeft het *wel* met het medium waarin je werkt te maken. Mijn punt is juist dat journalistiek mede een product is van het medium dat wordt gebruikt; een medium is een omgeving waarin mensen relaties met elkaar aanknopen, waar communicatie plaatsvindt. Het succes van bepaalde boeken interpreteren als een universele behoefte aan een bepaald journalistiek genre dat niet gebonden zou zijn aan het medium waarin het tot wasdom is gekomen, en daardoor de vraag stellen waarom het genre niet in andere mediavehikels wordt gebruikt, berust volgens mij dan ook op een denkfout.
Het wordt wel een erg verspreide discussie zo. Ik zet hier de comments even uit, het stuk wordt zo namelijk ook op De Nieuwe Reporter geplaatst (link volgt); in een comment daar zal ik dan even naar deze comments verwijzen en kan de discussie voor zover gewenst daar worden voortgezet.
[...] Dit artikel verscheen eerder op ditisberry.nl, de persoonlijke weblog van de auteur. Meer weten? Kijk op DNR Wiki Journalistieke_repertoires Trackback [...]
Het DNR-artikel staat hier.