3 feb
Al een paar keer meegemaakt: iemand die ik ontmoet en nog nooit gesproken heb blijkt mij te kennen. Van mijn weblog, een stuk op de Nieuwe Reporter, dat ik genoemd werd op Geenstijl of van foto’s op Flickr – niets bijzonders. Nu hoeft u niet bang te zijn dat de ‘roem’ me naar het hoofd stijgt: ik beloof dat ik mijn sterallures pas laat ontkiemen wanneer mij in winkelcentra om handtekeningen wordt gevraagd nadat ik mijn eerste pophit scoor of eindelijk linksvoor bij Ajax ben geworden. Nee, over dat type bekendheid heb ik het niet; het gaat me om een nieuw fenomeen, de bekendheid die nieuwemediagebruikers genieten bij een deels bekend, deels onbekend publiek van tussen de enkele tientallen tot een paar duizend personen.
Clive Thompson noemt dit in Wired Microcelebrity, ofwel mini-beroemdheid. Het is de zoveelste manifestatie van het Long Tail-effect – een fenomeen dat overigens zijn oorsprong eveneens in Wired vindt. Kort uitgelegd: op internet is het aanbod onbeperkt en is de aansluiting van de vraag op dat aanbod ook nog eens heel efficiënt. Internetwinkel Amazon.com bijvoorbeeld behaalt meer dan de helft van zijn winst uit de verkoop van boeken die te weinig worden verkocht om op winstgevende wijze in fysieke boekenwinkels te verkopen, waar alleen bestsellers worden verkocht.
Dit effect speelt niet alleen bij boeken. Het gaat op voor elk vrij verhandelbaar goed, evenals voor fenomenen als aandacht en populariteit. Iedereen was natuurlijk al wereldberoemd onder vrienden, familie, bekenden, collega’s en dorpsgenoten; nu zijn we dat ook voor tientallen, honderden of zelfs duizenden anderen.
Het meest fascinerende aan dit verschijnsel is dat het zo vanzelfsprekend aanvoelt. Het is eigenlijk heel vreemd dat er voorheen zo’n kloof gaapte tussen het bescheiden privédomein en de nationale bekendheid die tv-sterren genieten. Je had een dik platencontract, óf was een ster in de badkamer. Je boeken lagen torenhoog opgestapeld bij Bruna, óf je verspreidde kopieën van commercieel oninteressante manuscripten onder bekenden. Je stond elke week in Story en Privé, óf was het lijdend voorwerp van zo nu en dan een roddel onder collega’s of familie.
Een middenweg was er niet. De reis van privé naar publiek kon alleen per teleportmachine worden volbracht: flits, en je was beroemd. Je stond op een foto in de regionale krant, Man Bijt Hond was komen eten, je mocht jezelf laten quasi-vernederen door Paul de Leeuw. Dat waren de ten minutes of fame die mogelijk waren weggelegd voor de gewone stervelingen.
Uiteraard zijn de massamedia here to stay – juist op internet kom ik overal Britney Spears-verhalen tegen. Het punt is slechts dat ze er niet meer zo eenzaampjes bijstaan, als een wolkenkrabber in de Sahara. De massamediale maatschappij zoals we die kenden in de tweede helft van de vorige eeuw zal vermoedelijk als een interessante anomalie de geschiedenisboeken ingaan. Ik vond het leuk om daar de laatste paar decennia van te hebben meegemaakt. Toch weet ik niet of ik later aan mijn kleinkinderen fenomenen als uitgevers, platenmaatschappijen of roddelbladen zal kunnen uitleggen.
Tags:Long Tail-effect
Geef een reactie
5 reacties op "Iedereen een beetje beroemd"
We kennen elkaar niet, maar volgens mij zag ik jou een paar maanden geleden in de trein, aan een oudere medereiziger het voordeel van een MacBook uitleggend. :-)
De long tail is inderdaad alom aanwezig, maar lang niet overal. Ben benieuwd of bijvoorbeeld de pc-industrie ooit een lange staart krijgt.
Haha, dat klopt volgens mij wel… Ik ken je overigens wel van Nijmegen Centraal ;-)
Ah, had ik je toch moeten aanspreken (en een handtekening vragen). Maar ja, je loopt altijd het risico op “Jaap wie? Neuh? Wat mot je?” en een dreun. Klopt inderdaad van Nijmegen Centraal.
Dag Jaap,
Interessante visie, en helemaal waar, lijkt me. Het helpt mij om na te denken over de positie van het vakblad dat ik leidt en de bijbehorende website (www.schildersvakkrant.nl).
We krijgen steeds te horen dat we zo veel mogelijk in de linkerkant van de grafiek terecht moeten komen, terwijl dat met een kleine doelgroep principeel onmogelijk is.
Overigens zijn dit soort verhalen over het unieke van inernet meteen ook weer te nuanceren: aantoonbaar via vak-, hobby en clubblaadjes, maar in wezen nog veel meer intermenselijk zijn er altijd mensen-die-door-een-grote-groep-mensen-gekend-worden, zonder op de nationale verrekijk geweest te zijn: goede amateursporters, gewaardeerde essayisten, uitstekende wetenschappers, allen in eigen kring… zoveel verandert het web daar nu ook weer niet aan
Helemaal waar, dat circuit bestond zeker al, die nuance heb ik in mijn stukje weggelaten. Het punt is wel voor dat niveau relatief weinig media voorhanden waren. Bovendien noem je vooral mensen die een hobby of beroep gemeen hebben; dat biedt mogelijkheden om mensen te verenigingen in clubs, organisaties of met evenementen en congressen. Voor hen geldt het effect ook: een dichter verkoopt vaak maar een paar honderd dichtbundels en draagt ze voor in halflege zaaltjes, maar via een website of voorgedragen gedichten op YouTube is zijn potentiële publiek veel groter. Een goede voordracht op een congres haalt een vakblad en de mensen in de zaal (er is dus inderdaad een infrastructuur aanwezig om zijn boodschap te dragen), maar een verslag op een website of op YouTube maakt zijn speech voor de gehele wereld voor altijd bereikbaar. Het web verandert daar wel degelijk wat aan, maar het is niet zo dat er nog helemaal niets was op dat vlak, dat klopt.
Maar dan heb je nog het privédomein waar nog helemaal geen infrastuctuur voor bestond, behalve de face-to-face-interactie en wat getelefoneer ertussendoor. In sociale netwerken, op weblogs en op YouTube en Flickr is de exposure voor ‘normale mensen’ in hun vrije tijd veel groter. Hier wordt in het artikel in Wired overigens ook de nadruk op gelegd.
Je moet ingelogd zijn om te mogen reageren.