The New York Times meldt dat het internet de beste vriend van de televisie zou kunnen zijn. Althans, dat melden geïnterviewde tv-bobo’s op grond van goede kijkcijfers voor – met name – registraties van grote evenementen, van The Golden Globes tot de Olympische Spelen. Op Bright reageert Maarten Reijnders: hij stelt dat ook de werkloosheid en de bevolkingsgroei debet kunnen zijn aan de gestegen kijkcijfers.

kapotte tv

Ik denk echter dat het wel degelijk mogelijk is dat die tv-uitzendingen – ook relatief – populairder geworden zijn dankzij internet. Maar dat wil niet zeggen dat tv als platform of als industrie niets van internet te vrezen zou hebben. Zoals ik zeg in mijn reactie op Bright:

Ik kijk ook veel ‘gezamenlijk’: vooral Olympische Spelen, Nederlandse topclups in de Champions League, Pauw & Witteman en DWDD. Maar de populariteit van juist die programma’s is niet gelegitimeerd door het feit dat het op TV is, al wordt het er wel door versterkt; het bestaansrecht ligt daarbúíten – dat heeft universele geldigheid.

Dat geldt echter niet voor het leeuwendeel van de overige televisiecontent (denk: funniest homevideo’s, matige series, generieke spelshows). De betrekkelijke populariteit daarvan wordt veroorzaakt door contentschaarste op het tv-platform, die waarschijnlijk verdwijnt zodra we online-content (alles wat ooit gemaakt is) zowel live als on demand, even eenvoudig op tv als op de pc kunnen bekijken. Dan (we’re getting there, met Boxee, media centers, internet-tv’s etc) vindt de Grote Verrekening plaats – dan vermoed ik dat de kijkcijfers van veel programma’s nog wel eens flink zouden kunnen dalen. Die cijfers zijn nu nog stabiel omdat de meeste mensen nog geen online-content op tv kunnen ontvangen, maar de populariteit van zowel Uitzending Gemist als YouTube is een prima voorbode van wat komen gaat (het is ook logisch: het content-aanbod op je tv verveelvoudigt). Dat is enorm marktverstorend, vergelijkbaar met de invloed van internet op de krantenindustrie.

Echt goede programma’s (van hoogwaardige registratie van belangrijke evenmenten tot maatschappelijk urgente actualiteitenprogramma’s en kwaliteits-tv-series) zullen daar wellicht niet gevoelig voor zijn en komen juist sterker uit de strijd – die hebben universeel bestaansrecht. Maar dat betekent ook dat die programma’s nooit afhankelijk zijn geweest van het platform ‘tv’ (lineaire distributie door een beperkt aantal zenders), en dat betekent andersom dat het platform ‘tv’ (inclusief de industrie daaromheen) wellicht niet veel hoop hoeft te putten uit het succes van deze fenomenen.

De toekomst van tv is inderdaad grotendeels sociaal (hoewel niet uitsluitend). Kijk naar de wijze waarop we (al dan niet audiovisuele) content consumeren op internet: enerzijds abonneren we ons rechtstreeks op favoriete bronnen (podcasting, RSS), anderzijds gebruiken we nieuwe filters voor relevante content: zoekmachines (Google), aggregatiesystemen (Techmeme) en sociale aanbevelingen (Twitter). En combinaties natuurlijk: Techmeme analyseert (sociaal) linkgedrag en heeft een eigen zoekmachines, zodat je kunt zoeken in geaggregeerde sociale aanbevelingen (of zoiets). En Twittertim.es (tip!) aggregeert de links die jouw vrienden op Twitter delen.

Wat zijn de sterkste stijgers voor het ontdekken én beleven van verhalen, in welke vorm dan ook? Die zijn inderdaad sociaal. Is Twitter al belangrijk voor de verspreiding van content, Facebook zou al wel eens de grootste nieuwslezer kunnen zijn; ook stuurt het meer traffic naar (bepaalde) websites dan Google. Bovendien is het onderliggend algoritme van Google ook slechts gebaseerd op een aggregatie van sociale gedragingen: links.

oude tv

De toekomst van tv dus grotendeels sociaal – maar niet alleen als het gaat om de beleving van content. – soms (of: vaak?) wil je niet worden afgeleid en is evenmin wenselijk dat derden weten wat jij kijkt. Maar ook dat is mogelijk met Google ook (alleen Google zelf kijkt met je mee…). De grootste verandering zal zijn, net als op het internet: de toegangsdrempel wordt verlaagd tot nul, dat leidt tot een contentexplosie, en dat leidt tot nieuwe filters.

En wat betekent dat voor de televisie-industrie? Om te beginnen: krimp en specialisatie. De aandacht van kijkers is niet oneindig, het aantal nieuwe spelers en platforms wel. De advertentinemarkt stort ineen. Sport heeft weinig problemen: Daar zijn zelfs kansen voor niche-kanalen. Actualiteitenprogramma’s hebben universeel bestaansrecht – linksom of rechtsom zal in de behoefte van duiding en nieuws worden voorzien. Datzelfde geldt voor grote evenmenten en alles wat domweg écht goed is, zoals kwaliteitsseries. De logica van een 24/7 lineair uitzendend kanaal verdwijnt echter (daarom snap ik die thema-kanalen van de Publieke Omroep ook niet echt), en de logica van de productie van generieke tv-pulp verdwijnt eveneens. En het is de vraag hoe rouwig we daarom hoeven zijn.

Terzijde: Apple benadrukt dat het niet geïnteresseerd is in de TV-business. Eerder zeiden ze hetzelfde over de telefoon- en de tablet-business. Zal mij benieuwen…

(Foto’s: Old Broken TV door Schmilblick (CC), One Less TV door Kevin Steele (CC).

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner