Op Marketingfacts staat een rijtje met links naar artikelen uit de NRC van gisteren over burgerjournalistiek. Ik vind het een bedroevend dossier. Puntsgewijs mijn bezwaren:

  • burgerjournalistiek wordt gereduceerd tot lezersbijdragen aan kranten. Terwijl het zoveel méér is dan dat: de blogosfeer, discussieforums, wikipedia, sociale-newssites… Wat enorm aanmatigend is het toch dat kranten burgerjournalistiek zien als lezers die de krant een handje helpen en stukjes en foto’s insturen (of ingestuurde foto’s het einde betekenen van de fotojournalistiek – wat een gelul in de marge is dat toch). Menselijke aandacht op internet concentreert zich volgens mij op plaatsen waar burgers zelf macht kunnen uitoefenen over wat er met hun content gebeurt: netwerksites en weblogs, bijvoorbeeld.
  • eerst wordt het begrip ‘journalistiek’ gedefinieerd (met het plegen van hoor en wederhoor als belangrijk criterium) en vervolgens wordt gekeken of burgerjournalistiek aan de omschrijving voldoet. Nee, natuurlijk niet, maar nieuwe ontwikkelingen kun je ook niet begrijpen met een oud referentiekader. Webloggers bijvoorbeeld plegen veel minder hoor en wederhoor omdat iedereen toegang heeft tot het publieke debat, en het dus niet noodzakelijk is dat 1 persoon wordt aangewezen om alle meningen te verzamelen en ze samen in een coherent verhaaltje te gieten.
  • goed, wel wordt het onderscheid gemaakt tussen publieke conversatie en journalistiek. Interessant is echter waar de grens ligt, hoe beide elkaar kunnen versterken, of er taken worden overgenomen, in welke richting de ontwikkelingen zich begeven. Niets van dat al: er wordt een waterscheiding toegepast van wat journalistiek is en wat niet. Dat komt doordat journalistiek universele geldigheid wordt toegekend: betrouwbare waarheidsvinding waarbij traditionele journalistieke normen worden gehanteerd zal altijd nodig zijn, is de gedachte, en verandert in essentie niet. Dat is onwaar: maatschappelijke en technologische ontwikkelingen zorgen voor een andere inrichting van de publieke communicatie en voor voortdurende verandering van het journalistieke werkproces en van journalistieke normen en waarden. Het internet is er goedbeschouwd nog maar net, en nu al zijn er honderdduizenden weblogs, is zestig procent van de Nederlanders lid van een online sociaal netwerk en zijn de krantenoplages spectacultair gedaald.
  • Dat zijn geen omstandigheden waarbij het verstandig is om een versteende definitie van de journalistiek te hanteren om de waarde van allerlei nieuwe communicatievormen in te schatten. Voor de duidelijkheid: het gaat in deze discussie niet om wat journalistiek is. Journalistiek is een normatief begrip, zonder universele geldigheid. Nieuwe vormen van publieke communicatie moeten op hun merites worden beoordeeld, zonder gebruik te maken van het woord ‘journalistiek’. En dat is domweg veel moeilijker als je niet zo’n lijstje hebt met af te vinken criteria – maar het leidt wel tot een beter begrip en een juiste waardering van nieuwe communicatievormen. Met de insteek van NRC kom je er in elk geval niet.

    Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Voeg toe aan je Facebook-profiel Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner