4 feb
Update: zie ook de vervolg-blogpost.
Dan Gillmor deelt zijn gedachten over de toekomst van journalistiek onderwijs. Zijn deze ideeën ook van toepassing op Nederland? Daar heb ik – zelf freelance trainer/docent crossmediale journalistiek en communicatie – wel een paar gedachten over.
Het artikel zelf is in zijn geheel lezenswaardig, maar ruw samengevat: Gillmor stelt dat journalistiekstudenten een brede algemene vorming moeten hebben, dat ze kennis moeten hebben van programmeren, statistiek, ondernemen, onderzoek, economie, lokale media, PR en marketing – en dat de specialisaties print, radio, tv en online moeten convergeren.
Belangrijker zijn wat mij betreft de onderstaande citaatjes, vetjes van mij.
Puntje 2: “We wouldn’t just recognize our students’ digital future; we’d immerse them in it.”
Puntje 4: “Teach students not just the basics of digital media but also…”
De citaten impliceren dat er al het een en ander is gebeurd. Dan Gillmor presenteert hier een aantal uitstekende aanbevelingen voor toekomstig journalistiek onderwijs, waarbij hij echter voetsstoots aanneemt:
- dat het digitale karakter van het toekomstig functioneren van huidige journalistiekstudenten al wordt onderkend;
- en dat studenten momenteel al in voldoende mate worden onderwezen in digitale media.
Oftewel: Gillmor is een stap verder.
Want: hoe het er in Amerika precies aan toegaat weet ik niet, maar bovenstaande veronderstellingen lijken mij niet overeenkomstig de Nederlandse werkelijkheid. Journalistiekstudenten worden nog altijd grotendeels opgeleid tot ‘offline-journalist’, overeenkomstig inderdaad het sporenmodel waarbij ze een tv- radio- of printspecialisatie volgen. Van volwaardige online-specialisaties heb ik in Nederland niet eens gehoord; het is doorgaans een klein, apart vak, dikwijls gegeven door een freelancedocent die in een handvol bijeenkomsten digitale vaardigheden aanleert – hetgeen leidt tot wat Arjan Dasselaar cargo cult journalism noemt.
Dasselaar vergeeft het de opleidingen, omdat ook bij journalistieke organisaties maar weinig wordt nagedacht over de toekomst van de journalistiek, waartoe zij dient en wat zij wil bereiken. Dat laatste mag zo zijn, maar – en dat is Dasselaar waarschijnlijk met mij eens – dat wil niet zeggen dat journalistieke opleidingen niet gewoon over de gehele linie meer aandacht voor online-journalistiek mogen inruimen. De precieze toekomst van de media mag dan nog in nevelen zijn gehuld, de stelling dat het leeuwendeel van de journalistiek in de toekomst online zal plaatsvinden mag immers nauwelijks nog omstreden heten.
In de De convergentie-praktijk; positie, strategie en digitale toekomst van regionale nieuwsmedia een working paper van Marco van Kerkhoven en Piet Bakker, blijkt bijvoorbeeld dat regionale media weliswaar nog zoeken naar een online-verdienmodel, maar zonder uitzondering inzetten op convergentie van print en online – waarbij echter weinig ruimte is voor multimediale training van redacteuren. Nu gebeurt dat elders wel degelijk – zelf heb ik het afgelopen najaar trainingen gegeven bij diverse kranten en omroepen – maar het is uiteraard wat efficiënter indien de nieuwe generatie journalisten dergelijke expertise al in zijn opleiding zou meekrijgen.
De toekomst van de journalistiek is een moving target, waarvan je niet weet – en evenmin kan beredeneren – waar het uiteindelijk zal terechtkomen, maar waarvan je wel kunt zien welke kant het ongeveer op beweegt. Lezers, adverteerders en het hele publieke debat verhuizen naar internet – dus als straks iets resteert wat we journalistiek kunnen noemen, zal het dáár bestaan. En ach, voor wie volhoudt dat papier het nog een eeuw volhoudt: prima, let’s agree to disagree, dan toch in elk geval grotendeels. Een compromis over pakweg een verviervoudiging van de aandacht voor online-journalistiek in het onderwijs moet haalbaar zijn. Kunnen we het daarna hebben over de ideeën van Dan Gillmor.
Update: zie ook de vervolg-blogpost.
Geef een reactie
3 reacties op "Over de toekomst van journalistiek onderwijs"
Nou, kleine nuancering: ik “vergeef” het de opleidingen omdat ze worden gevoed vanuit een beroepsveld dat vaak nog conservatiever is dan de opleidingen zelf. Dat zorgt voor – laat ik zeggen – suboptimale innovatie in het onderwijs op twee manieren:
1. Aan de opleidingen wordt vaak lesgegeven door (oud-)journalisten, bovengemiddeld afkomstig van klassieke media, die bestaande waarden dus meenemen. Toegegeven, aan sommige universiteiten, zoals mijn voormalige werkgever RuG, werkt een innovatieve, slimme hoogleraar uit de praktijk die voor de troepen uitloopt, maar dan wreekt zich de journalistieke wijze van leiding geven en ontvangen: je kunt professionals die twintig of dertig jaar iets op manier A hebben gedaan, niet even vertellen dat het voortaan manier B moet zijn. Dat wordt niet geaccepteerd (ook buiten de journalistiek niet – de geneeskundige wereld is een beruchte, er zijn nog altijd artsen die niet aan EBM wensen te doen). Ik heb hier helaas geen pasklare oplossing voor, anders had ik al een tropisch eiland gekocht op basis van de inkomsten uit mijn veranderingsmanagementpraktijk.
2. De opleidingen hebben belang bij goede betrekkingen met het beroepsveld, en kunnen dus niet te ver voor de muziek uitlopen. Anders krijgen ze o.a. problemen bij het verwerven van stageplekken, of (in het geval van verworven stagerechten) door het introduceren van stagiairs die niet goed functioneren in de heersende journalistieke bedrijfsculturen.
Of, veel korter gezegd: aan de boom herkent men de vruchten.
[...] schreef ik het artikel ‘Over de toekomst van journalistiek onderwijs‘, waarin ik constateer dat elke mogelijke verbetering begint met pakweg een verviervoudiging [...]
[...] schreef ik het artikel ‘Over de toekomst van journalistiek onderwijs‘, waarin ik constateer dat elke mogelijke verbetering begint met pakweg een verviervoudiging van [...]
Je moet ingelogd zijn om te mogen reageren.