Journalistiek, de paardloze koets van de 21e eeuw

paardloze koetsZo’n prachtige tenenkrommende clichézin uit werkstukken: ‘het internet is niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving’. Ik bedacht me echter dat het soms handig is om fenomenen eens wél weg te denken. Vooral omdat oude ideeën ons denken beïnvloeden, en de effectiviteit ervan kunnen beïnvloeden.

Henry Ford schijnt gezegd te hebben, dat als hij mensen naar hun behoeften had gevraagd, ze een ‘sneller paard’ zouden hebben besteld. Hij ging auto’s produceren. En Marshall McLuhan introduceerde het begrip ‘horseless carriage‘, dat verwijst naar het onvermogen om nieuwe ontwikkelingen op hun merites te beoordelen; bij gebrek aan een zinnig referentiekader gebruiken we er eentje dat verouderd is – en niet even behulpzaam.

Datzelfde is aan de hand met de journalistiek. Journalistiek is een onduidelijk afgebakend containerbegrip, dat onlosmakelijk verbonden is met de rol van de massamedia in de 21e eeuw. Zoals de auto niet is uit te vinden door paarden sneller te laten lopen, is de toekomst van publieke communicatie niet uit te dokteren door de journalistiek als uitgangspunt te nemen. Een van mijn eerste artikelen als freelancer, drieënhalf jaar geleden op de Nieuwe Reporter, ging hier al over, met de wat pompeuze kop Van excellente journalistiek en nieuwe reporters. Daarbij had ik het moeten laten, of ik had het moeten doorzetten, moeten proberen de discussie over publieke communicatie in een ander frame te plaatsen, met nieuwe taal, nieuwe begrippen, een nieuw referentiekader.

Wel, beter laat dan nooit. We moeten nadenken over maatschappelijke functies die we moeten behouden of stimuleren, of ze nou door de journalistiek of op een andere wijze worden uitgevoerd. Ten tijde van Ford zou je toch ook de toekomst van personenvervoer onderzoeken? Wanneer je de journalistiek als uitgangspunt neemt, betreed je een dwaalspoor, dat op z’n best de journalistieke status helpt, maar waarschijnlijker contraproductief werkt. Veel concrete maatregelen zijn innovatieremmend, doordat geld, energie en talent verkeerd besteed wordt (Plasterkjournalisten), of door de marktverstorende invloed van oudemedia-organisaties (die met hun shovelware – doorgeplaatste papieren content – het de NU.nl’s van deze wereld moeilijk maken en de opkomst van de linkeconomie vertragen). Alsof je paardenkoetsen zou subsidiëren, terwijl je stoplichten moet bouwen en rijbewijzen moet invoeren.

En als je toch wil nadenken over de toekomst van de journalistiek (ik meld me alvast af): besef dan dat het begrip ‘journalistiek’ een normatief, ideologisch construct is, en tientallen achterhaalde veronderstellingen over publieke communicatie in zich draagt, over distributie, de rol van en relatie met de gebruiker, de professionele status, de relatie tot voorlichters en organisaties, enzovoort. Beter maar niet aan beginnen – zeker niet wanneer het je niet om de beroepsgroep of mediasector te doen is, maar om de toekomst van publieke communicatie, het publieke debat, het gemeenschappelijk belang.

Daarom mijn pleidooi: “Durf ‘journalistiek’ en media’ eens lekker helemaal weg te denken’. Lees het op De Nieuwe Reporter.

Reacties

  1. Pieter den Ouden zegt

    Las uw bijdrage aan De Nieuwe Reporter. Die me nu naar dit blog brengt. Ik wordt zo moe van het vermijden van het “thinking-the-unthinkable” aldaar.
    Ik zal graag switchen naar Johnny Wonder.